Veel ouders horen het regelmatig wanneer hun kind in groep 8 aan het begrijpend lezen moet: “Deze tekst is saai.” Dat kan gaan over een begrijpend-leestoets, een informatieve tekst uit een werkboek of een artikel dat simpelweg niet aanspreekt. De reactie is begrijpelijk. Niet elke tekst is spannend of herkenbaar, en toch moeten kinderen leren omgaan met dit soort leesmateriaal. Juist hier ligt een belangrijke sleutel voor begrijpend lezen en voor succes in het voortgezet onderwijs.
Tegenzin bij lezen is geen teken van luiheid of onwil. Het is vaak een signaal dat een kind niet goed weet hoe het grip kan krijgen op de tekst. In dit artikel leest u hoe u uw kind kunt helpen om van weerstand naar betrokkenheid te gaan, zelfs wanneer de tekst weinig aantrekkingskracht heeft.
Saaie teksten vragen meer dan alleen lezen. Ze vragen doorzettingsvermogen, concentratie en denkwerk. Wanneer een tekst geen direct verhaal, emotie of herkenbare situatie biedt, moet het kind zelf actief betekenis geven. Dat is precies wat begrijpend lezen vraagt, maar het kost energie.
Veel kinderen haken af omdat ze het gevoel hebben dat ze lezen zonder doel. Ze weten niet waar ze op moeten letten of wat belangrijk is. Daardoor blijven ze hangen in losse zinnen en verdwijnt de samenhang. De tekst voelt dan nog saaier dan hij al was.
Het doel van begrijpend lezen is niet dat elke tekst leuk is. Het doel is dat een kind leert omgaan met verschillende soorten teksten, ook met teksten die minder aanspreken. In het voortgezet onderwijs en later in het werkende leven zijn dit vaak juist de teksten die ertoe doen: instructies, uitleg, artikelen en informatieve hoofdstukken.
Wanneer een kind leert hoe het grip kan krijgen op zo’n tekst, verandert de ervaring. De tekst wordt misschien niet leuk, maar wel begrijpelijk. En begrip zorgt vaak vanzelf voor meer interesse.
Als ouder kunt u veel betekenen door de manier waarop u met een tekst omgaat te veranderen. Het gaat minder om extra oefenen en meer om anders kijken.
Een eerste stap is samen bepalen waarom de tekst gelezen wordt. Vraag niet meteen om antwoorden, maar bespreek eerst het doel. Wat wil de schrijver uitleggen? Waar zou deze tekst over gaan? Door dit vooraf te doen, krijgt het lezen richting.
Tijdens het lezen helpt het om regelmatig stil te staan. Niet om te controleren, maar om te praten. Wat snap je tot nu toe? Wat vind je onduidelijk? Wat lijkt belangrijk? Door dit hardop te bespreken, leert uw kind dat het normaal is om te denken tijdens het lezen.
Veel weerstand ontstaat doordat kinderen passief lezen. Ze laten de tekst over zich heen komen en hopen dat het vanzelf duidelijk wordt. Actief lezen vraagt om een andere houding: vragen stellen, voorspellen en verbanden leggen.
U kunt dit stimuleren door zelf hardop te denken. Bijvoorbeeld door te zeggen dat u deze alinea lastig vindt of dat u even terugleest omdat u iets niet begrijpt. Zo laat u zien dat lezen een proces is en geen test.
Wanneer een kind merkt dat het niet perfect hoeft, maar mag zoeken naar betekenis, neemt de spanning af. Dat maakt het makkelijker om door te lezen, ook als de tekst niet boeiend is.
Een lange, saaie tekst kan overweldigend voelen. Door samen kleine stukken te lezen en die echt te begrijpen, groeit het gevoel van controle. Een kind dat merkt dat het een alinea goed kan uitleggen, ervaart succes. Dat succes werkt motiverend.
Het helpt ook om na het lezen iets met de tekst te doen. Laat uw kind in eigen woorden vertellen waar het over ging of één zin aanwijzen die volgens hem of haar het belangrijkst is. Hierdoor verandert lezen van een verplichting in een actieve bezigheid.
Oefenmateriaal en werkboeken voor de IEP-toets, Leerling in Beeld, Dia-toets en Boom-toets kunnen helpen om structuur aan te brengen bij saaie teksten. Ze bieden houvast in de vorm van vragen, stappen of opdrachten die het denken ondersteunen. Voor veel kinderen is dat prettig, omdat ze niet alles zelf hoeven te bedenken.
Belangrijk is dat het oefenen niet alleen draait om het juiste antwoord, maar om het begrijpen van de tekst. Door samen te bespreken waarom een antwoord klopt, krijgt de tekst meer betekenis en verdwijnt een deel van de weerstand.
Leren omgaan met saaie teksten is een belangrijke voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Kinderen die deze vaardigheid ontwikkelen, raken minder snel gefrustreerd en voelen zich zekerder bij nieuwe en lastige leerstof. Ze begrijpen dat lezen soms inspanning vraagt, maar dat die inspanning loont.
Door uw kind hierin te begeleiden, helpt u niet alleen bij begrijpend lezen in groep 8, maar ook bij het ontwikkelen van een houding die later van grote waarde is.
Niet elke tekst hoeft leuk te zijn om waardevol te zijn. Wanneer kinderen leren hoe ze betekenis kunnen halen uit minder aantrekkelijke teksten, groeit hun zelfvertrouwen en leesvaardigheid. Als ouder kunt u daarbij het verschil maken door samen te denken, te praten en kleine stappen te zetten.
Zo verandert tegenzin langzaam in leesmotivatie en wordt begrijpend lezen minder een strijd en meer een vaardigheid waar een kind op kan bouwen.